Passend Onderwijs PvdA Schiedam

Geplaatst op 19-02-2014 om 22:09 uur

Leerdicht

De wereld is van iedereen

en kennis is de kracht

die het leven glans verleent

Kennis en verstand

 

Waartoe leeft de mensch op aarde?

Waarom dooft water vuur?

Hoe verklaart u het gebruik

van krokodillentranen?

 

Antwoord vinden op die vragen

met behulp van het verstand

is het doel waar we naar streven

ongeacht geloof of ras

 

De school belichaamt voor ons allen

de triomf van het verstand

over het instinct der dieren

Kennis overwint de angst

 

Maar bóvenal komt het geweten

Zonder dat is kennis niets

dan een serie loze kreten

Pas een geweten maakt ons mens

Aanleiding

Het succesvolle lobbytraject van ouderbelangenverenigingen heeft een positieve bijdrage geleverd aan de agenda- en beleidsvorming van passend onderwijs. Met name ouders met kinderen met een speciale onderwijsbehoefte hebben zich actief geroerd. Zij pleitten dat in principe voor alle kinderen plek in het reguliere onderwijs moet zijn.

Na de wet op het Basisonderwijs (1985), waarbij de kleuterschool en de lagere school zijn samen gegaan en de invoering van Weer Samen Naar School (WSNS, 1992) waarin de opdracht aan scholen vastgelegd is om de zorg voor en aan kinderen op een kwalitatief hoger niveau te brengen, de uitstroom naar het Speciaal Basisonderwijs te verminderen en méér leerlingen met speciale onderwijsbehoeften op te vangen in het regulier onderwijs is er nu de Wet passend onderwijs. De Wet passend onderwijs kan als een intensivering van ingezet beleid gezien worden.

Het beleid is mede gebaseerd op internationale verdragen zoals het Salamanca Statement (UNESCO, 1994). Dit verdrag stelt onder meer dat ‘allen met speciale onderwijsbehoeften toegang hebben tot reguliere scholen’ en roept de ratificerende regeringen op ‘wettelijk en beleidsmatig het principe van inclusief onderwijs aan te nemen, waarbij alle leerlingen in reguliere scholen worden geplaatst, tenzij er dringende redenen zijn dat niet te doen.’ Het Nederlandse beleid is daarmee ingebed in een brede beweging in vele Europese landen, waarbij Finland, Oostenrijk en Engeland voorop lopen.

 Wet passend onderwijs

Op 1 augustus 2014 treedt de wetswijziging passend onderwijs (en daarmee een nieuw stelsel voor extra onderwijsondersteuning) in werking. Het nieuwe stelsel passend onderwijs heeft tot doel om zo goed mogelijk onderwijs te bieden aan ieder kind, ongeacht de extra ondersteuningsbehoefte.

De wetswijziging passend onderwijs berust op drie pijlers:

1. Schoolbesturen/scholen hebben de taak (zorgplicht) om leerlingen een zo goed mogelijke plaats in het onderwijs te bieden.

2. Iedere school is verplicht om een ondersteuningsprofiel op te stellen. Op deze wijze wordt duidelijk welke extra ondersteuning een school kan bieden.

3. Scholen, reguliere basisscholen, speciale basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs cluster 3 en 4 gaan samenwerken in regionale samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs. Cluster 3 is het onderwijs aan kinderen met een verstandelijke, lichamelijke of meervoudige handicap en voor langdurig zieke kinderen. Cluster 4 is onderwijs voor kinderen met ernstige gedrags- of psychiatrische stoornissen. De samenwerkingsverbanden worden (mede)verantwoordelijk voor een dekkende ondersteuningsstructuur, het toewijzen van de extra ondersteuning en de toelating tot scholen voor speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs cluster 3 en 4.

 Ondersteuningsplan

De wetswijziging passend onderwijs verplicht alle Nederlandse samenwerkingsverbanden een ondersteuningsplan op te stellen. Het ondersteuningsplan vervult verschillende functies. Het biedt een overzicht van de ondersteuning die aan scholen wordt geboden vanuit het samenwerkingsverband. Het dient als beleids- en planningsdocument. Het is een manier om verantwoording af te leggen en het geeft kaders waarbinnen gewerkt kan worden. Minimaal de volgende zaken moeten worden beschreven:

1      Het niveau van basisondersteuning dat op alle vestigingen van scholen in het samenwerkings-verband aanwezig is. De manier waarop het samenwerkingsverband een samenhangend geheel van voorzieningen voor extra ondersteuning binnen en tussen de scholen organiseert, zodat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doormaken en leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben een zo passend mogelijke plaats in het onderwijs krijgen.

2      De afspraken (procedure en criteria) die de bevoegde gezagsorganen hebben gemaakt over de verdeling, besteding en toewijzing van de middelen voor extra ondersteuning en de voorzieningen voor extra ondersteuning aan de scholen, inclusief een meerjarenbegroting.

3      De procedure en de criteria voor de plaatsing van leerlingen op de speciale scholen voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband en op scholen voor speciaal onderwijs en voor voortgezet speciaal onderwijs.

4      De procedure en het beleid voor de terugplaatsing of overplaatsing naar het basisonderwijs en voortgezet onderwijs voor leerlingen van wie de duur van de toelaatbaarheidsverklaring is af-gelopen.

5      De beoogde en bereikte kwalitatieve en kwantitatieve resultaten van het onderwijs aan leer-lingen die extra ondersteuning nodig hebben.

6      De manier waarop het samenwerkingsverband aan ouder(s)/verzorger(s) informatie verstrekt over de ondersteuningsvoorzieningen en over de onafhankelijke ondersteuningsmogelijkheden voor ouder(s)/verzorger(s). In het primair onderwijs: de afspraken die zijn gemaakt over de overdracht van het budget voor lichte ondersteuning aan de scholen voor speciaal basisonderwijs. De afspraken die zijn gemaakt over de overdracht van middelen voor zware ondersteuning voor leerlingen die na de jaarlijkse teldatum van 1 oktober instromen in het (voortgezet) speci-aal onderwijs, inclusief de afspraken die zijn gemaakt over de overdracht van middelen aan het samenwerkingsverband door scholen bij een ontoereikend budget voor lichte ondersteuning.

 

Naast het ondersteuningsplan wordt voor elke school een schoolondersteuningsprofiel opgesteld door leraren, schoolleiding en bestuur. In het profiel wordt aangegeven welke ondersteuning de school kan bieden en welke ambities de school heeft voor de toekomst. Op basis van het profiel inventariseert de school welke expertise eventueel moet worden ontwikkeld en wat dat betekent voor de (scholing van) leraren. Zittende leerkrachten kunnen bijvoorbeeld extra scholing krijgen om beter te leren omgaan met de verschillen tussen de leerlingen in de klas. Ook kan het speciaal onderwijs met het regulier onderwijs expertise uitwisselen. Zo kunnen scholen tijdelijk of structureel ambulant begeleiders inzetten die leerlingen, leraren en teams ondersteunen.

Leraren en ouders hebben adviesrecht op het schoolondersteuningsprofiel via de medezeggen-schapsraad van de school. De school plaatst het profiel in de schoolgids, zodat voor iedereen (ouders, leerlingen en andere partijen) inzichtelijk is wat de mogelijkheden van de school zijn voor extra ondersteuning. Het samenwerkingsverband legt alle profielen bij elkaar om te beoordelen of het daarmee een dekkend aanbod kan realiseren. Doel is immers dat alle leerlingen een passende plek krijgen. 

Toelating

Met de invoering van passend onderwijs krijgen scholen een zorgplicht. Dat betekent dat ze de verantwoordelijkheid krijgen om alle leerlingen een passende onderwijsplek te bieden. Voorheen moesten ouders van een kind dat extra ondersteuning nodig heeft, zelf op zoek naar een geschikte school. Vanaf 1 augustus 2014 melden ouders hun kind aan bij de school van hun keuze, en heeft de school de taak om het kind een passende onderwijsplek te bieden. Op de eigen school, of op een andere school in het reguliere onderwijs of het (voortgezet) speciaal onderwijs (v)so.

Ouders melden hun kind ten minste 10 weken voor het begin van het schooljaar aan bij de school van hun keuze. Na aanmelding heeft de school 6 weken de tijd om te beslissen over de toelating van de leerling. Deze periode kan eenmaal met 4 weken worden verlengd. Heeft het bestuur na 10 weken nog geen besluit genomen, dan heeft de leerling recht op tijdelijke plaatsing op de school van aanmelding tot de school wel een goede plek heeft gevonden. Zijn ouders het niet eens met de toelatingsbeslissing van de school, dan kunnen ze een beroep doen op ondersteuning door een onderwijsconsulent. Onderwijsconsulenten bemiddelen kosteloos tussen ouders en de school. Als dat niet werkt, kunnen ouders terecht bij de (tijdelijke) landelijke geschillencommissie passend onderwijs.

 

Voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, stelt de school een ontwikkelingsperspectief op. Hierin staat welke onderwijsdoelen de leerling zal kunnen halen. De school voert op overeenstemming gericht overleg met de ouders over het opstellen van het ontwikkelingsperspectief. Scholen in het voortgezet onderwijs betrekken ook de leerling zelf hierbij. Als de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, is dit zelfs verplicht. Verder gebruikt de school medische gegevens, informatie over eerder verleende hulp en ondersteuning en behaalde leerresultaten. Ze kijkt naar de thuissituatie en doet eventueel aanvullende observaties of onderzoek. Op basis van al deze informatie stelt de school het ontwikkelingsperspectief van de leerling op. Met het ontwikkelingsperspectief komt het bestaande handelingsplan te vervallen.

 

Rol gemeenten

De Wet passend onderwijs verplicht samenwerkingsverbanden om een ondersteuningsplan op te stellen. Over het concept van het ondersteuningsplan voeren samenwerkingsverbanden op overeenstemming gericht overleg (OOGO) met de gemeente(n), omdat elkaars beleid over en weer gevolgen kan hebben. De gemeente is namelijk onder andere verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de leerplicht, het leerlingenvervoer, de onderwijshuisvesting en het achterstandenbeleid. En per 1 januari 2015 wordt de gemeente verantwoordelijk voor de zorg voor jeugd. Tevens hebben zij belang bij het terugbrengen van het aantal thuiszitters, een goede aansluiting van onderwijs op arbeidsmarkt en het aantal kinderen dat met een startkwalificatie zich op de arbeidsmarkt begeeft.

Na invoering van de Wet passend onderwijs in augustus 2014 vraagt deze nog steeds om een goede afstemming en samenwerking tussen gemeenten en regionale samenwerkingsverbanden. Gemeenten moeten met zowel het samenwerkingsverband PO als VO afspraken maken over de afstemming tussen onderwijs, jeugdzorg en andere taken. Samenwerkingsverbanden en gemeenten spreken samen af hoe zij het overleg willen vormgeven.

Ontwikkelingen passend onderwijs gemeente Schiedam

De samenwerkingsverbanden PO (bestaande uit Schiedam, Vlaardingen, Maassluis) en VO (Schiedam, Vlaardingen, Maassluis, Midden-Delfland) verwoorden hun opgave als volgt: Zo thuisnabij mogelijk onderwijs op maat, uitgaande van de zorgplicht van het school(bestuur). Waarbij de rol van de ouders een prominente plek inneemt. Er wordt niet over maar met ouders gesproken. De uitdaging voor de betrokken partijen in de Schiedamse context is als volgt:

  • Doorgaande lijnen:-Voor-/vroegschool, po-vo en vmbo-mbo
  • Taalopbrengsten verbeteren
  • Mbt leerlingenvervoer streven naar eenduidigheid in de uitvoering binnen de regio NWN en onderzoeken mogelijkheden regionalisering
  • Afspraken kwetsbare doelgroepen uit het praktijkonderwijs
  • Zorg dragen aansluiting onderwijs- arbeidsmarkt

 

Bron:

www.steunpuntpassendonderwijs.nl  

http://www.poraad.nl/dossier/passend-onderwijs

http://www.passendonderwijs.nl/

http://www.edux.nl/site_files/uploads/Passend%20Onderwijs%20de%20leerkracht%20centraal.pdf

Naar het nieuwsoverzicht